Op 17 september 1944 riep de Nederlandse regering een algemene spoorwegstaking uit. De bedoeling was om hiermee de Duitse legers te hinderen in het verplaatsen van troepen. Op die zelfde dag begon namelijk operatie Market Garden. Een offensief waarbij parachutisten en luchtlandingstroepen bruggen moesten bezetten om de weg vrij te maken voor grond eenheden.  In feite hetzelfde plan als het Duitse uit 1940, alleen met andere bruggen, maar met hetzelfde dramatische resultaat voor de luchtlandingstroepen. Ook deze operatie (beter bekent als de slag om Arnhem) mislukte. Omdat de operatie mislukte, bleef Nederland boven de grote rivieren in handen van de Duitsers. Hierdoor kreeg de spoorwegstaking een onverwacht resultaat. De Duitsers gebruikten het spoor nu alleen nog voor eigen doeleinden. Vervoer van voedsel werd niet meer toegestaan als vergelding voor de staking. Ook de aanvoer van steenkool (belangrijk voor het verwarmen van huizen, koken van eten, maar ook voor het maken van stadsgas (voor de vondst van het aardgas werd gas in fabrieken gemaakt door het verwarmen van steenkool en afvangen van het ontwijkende gas) dat werd gebruikt voor de openbare verlichting en gebruik in huizen kwam tot stilstand omdat de steenkoolmijnen in Limburg achter de geallieerde linies kwamen te liggen. Toen ook door de strenge vorst van dat jaar de waterwegen dicht vroren, kwam de aanvoer van voedsel nagenoeg tot stilstand. Die winter kwam bekend te staan als de hongerwinter.  Eind april, toen de voedselsituatie in het westen onhoudbaar werd, kwam er een overleg op gang tussen de geallieerden en de Duitsers om de bevolking van Nederland van voedsel te voorzien. In een school in Achterveld werden afspraken gemaakt over het droppen van voedsel boven afgesproken plaatsen en via afgesproken routes. Deze operatie werd door de Britten Operatie Manna genoemd. De Amerikanen noemden de acties van hun vliegtuigen operatie Chowhound. Ook werden er over de weg vrachtwagens met voedsel maar het westen gereden (operatie Faust). Canadese trucks met blikken voedsel werden naar de frontlijn gereden door Canadese chauffeurs. Bij de frontlijn moesten deze uitstappen en werden vervangen door Nederlandse burgerchauffeurs omdat de Duitsers geen Canadezen achter hun frontlijn wilden. Dit veranderde pas na de capitulatie van de Duitsers op 5 mei 1945. Bij de capitulatie besprekingen werd afgesproken dat  leden van de ondergrondse zich alleen zouden bezighouden met het oppakken van Nederlandse landverraders e.d. Duitse troepen zouden worden ontwapend en ge├»nterneerd door de Geallieerde troepen. Dit om handtastelijkheden en misschien zelfs wraaknemingen te voorkomen. Helaas waren er in het hele land incidenten tussen verzetsmensen (die de instructie niet hadden gehoord of niet wilden horen ) en Duitse militairen.